top of page

De Weelde van Overvloed: Ontdek het Voedselbos!

Bijgewerkt op: 25 mei 2023

In mijn vorige blogpost beschreef ik onze passie en droom om ooit een voedselbos te realiseren. Maar wat houdt het nu eigenlijk in, zo’n voedselbos? Is het een groot dichtbegroeid bos waar het eten op je bord valt? In deze blogpost schets ik het beeld van de weelde dat een voedselbos heet. We kijken hoe het voedselbos is opgebouwd, hoe groot het is, hoelang het duurt voordat je kunt oogsten, wat de moestuin er te zoeken heeft, wat we doen met ‘onkruid’ en het houden van dieren op het land. We duiken ook kort in de terminologie en voedselbos als beweging. Aan het einde kun je je een heldere voorstelling maken van hoe een voedselbos eruitziet.


Wat is een voedselbos?

Een voedselbos is een flink stuk land begroeid met eetbare vaste planten, zoals bomen, struiken en klimplanten, gericht op duurzame voedselproductie én de verhoging van de biodiversiteit. De inspiratie is een natuurlijk bos of tropisch regenwoud, een soort “garden of eden”, waarbij overvloed de boventoon voert. Dit ecosysteem houdt zichzelf in stand zonder bemoeienis van de mens. Een stabiel ecologisch systeem bevat planten, bodemschimmels, insecten en andere dieren, zoals egels, padden, vogels en roofvogels die in harmonie samenleven. Hiertoe bestaat het voedselbos uit meerdere hoogtelagen, waardoor het meer te vergelijken is met een bosrand dan een daadwerkelijk dichtbegroeid bos. Een tropisch regenwoud is ook een mooi voorbeeld, waar bananen, mango, koffie, cacao, ananas en diverse kruiden door elkaar groeien.

Het voedselbos is een samenwerking tussen mens en natuur. Een door de mens ontworpen zelfredzaam ecosysteem, waarbij de mens zichzelf dienstbaar en flexibel opstelt in plaats van elk detail te controleren. Het gaat verder dan de biologische landbouw, waardoor er met geen enkel bestrijdingsmiddel of mestsoort mag worden gewerkt. In de voedselbosbouw wordt gewerkt mét de natuur, en houd men rekening met natuurlijke eigenschappen van de planten, hun buurplanten en de dieren en het bodemleven. Zodat ze samenwerken naar een weerbarstig en bestendige teelt. Daarmee zijn voedselbossen een vorm van natuurinclusieve landbouw.


Afbeelding van Unsplash


Hoe groot is een voedselbos?

Er zitten wat voorwaarden aan verbonden om een land daadwerkelijk een voedselbos te mogen noemen. Factoren die meespelen zijn de grootte van het land en de leeftijd van de aanplant. De officiële grootte van zo’n voedselbos variëert aan de hand van hoe “ecologisch rijk” de omgeving al is. Dit houdt in dat het stuk land al dan niet omgeven wordt door natuurlijk landschap met veel biodiversiteit. Een weerbaar land, dat goed bestand is tegen schommelingen in het klimaat. Bij zo’n heel rijke omgeving is 0,5 hectare voldoende om het een voedselbos te mogen noemen. Je zou hierbij kunnen denken aan land van 0,5 hectare dat direct aan een natuurgebied ligt wat wordt ontwikkeld tot voedselbos. Bij een zeer verarmde omgeving, zoals middenin een enorm lapjesland van grasland en akkers, zou dit maar liefst 20 hectare kunnen zijn. Daar zitten flinke verschillen in. Dat gezegd hebbende, zie je overal kleinere voedselbossen ontspruiten. Men noemt ze de ‘kleine eetbare tuinen’, ‘eetbare siertuinen’, of ‘eetbare bostuinen’, zoals ik eerder al over onze eigen tuin schreef. Elk voedselbos-steentje draagt bij aan het verduurzamen van onze mooie wereldbol, waarbij je alleen maar wordt toegejuicht voor het vergroenen van elke vierkante meter die je bereid bent te vergroenen.


Overview of 'De Middengaarde' and its food forest located near Utrecht, The Netherlands


Het voedselbos in lagen

Dan nu: Hoe ziet zo’n voedselbos eruit? Het idee is niet nieuw en bestaat al eeuwen. Vroegere onderzoekers en filosofen schreven al over het nabootsen van de natuurlijke systemen om zo een goede en gezonde landbouw te kunnen doen. En eerlijk gezegd is een voedselbos meer een voedselbosrand. Aan de bosrand vind je namelijk diverse lagen van begroeiing. Elke laag ziet er overvloedig uit. Als je dieper een bos inloopt, nemen de hoge bomen het landschap over en krijgt de bodem weinig licht. De begroeiing bestaat dan uit minder verschillende lagen. Je zult er bijvoorbeeld weinig wilde kruiden tegenkomen.

Een voedselbos dient uit ongeveer 7 lagen te bestaan. Het aantal lagen dat genoemd wordt, varieert. Het is immers een pionierende beweging, waarin men nog lerende en experimenterende is. Er worden in Madelon Oostwouds boek “Voedselbos” zelfs 9 lagen benoemd. Het is net hoe je ernaar kijkt.


Afbeelding gecreëerd door Rosanna Denis met behulp van Canva


De lagen van de bovenste naar de onderste laag zijn als volgt:


7 - Kruinlaag. Bevat de hoogste bomen, zoals je ziet in een dichtbegroeid bos. Hierin zie je vaak de walnoot staan die tot ongeveer 20 à 30 meter hoog wordt. Er zijn bomen zoals de douglasspar die in ons klimaat wel 50 meter hoog kan worden.


6 - Kleinere bomen en grote struiken. In deze categorie vallen veel fruitbomen, zoals appel en peer, welke vaak niet groter worden dan 3 à 5 meter.


5 - Struiklaag. Dit is de laag boven de kruidenlaag die vaak wat dichter begroeid is en tot maximaal 2 à 3 meter hoog wordt. Je vind hier bijvoorbeeld de vlier, bessen en bramen.


4 - Klimlaag.

In deze categorie vallen klimmers, zoals hop, kiwi en kiwibes, die een bestaande boom kunnen gebruiken om te groeien.


3 - Kruidenlaag. Veel kruiden sterven af in de winter, waardoor ze als bescherming en voeding voor de bodem dienen.


2 - Kruipers en bodembedekkers. Beschermen de bodem tegen uitdroging en kou. Een aardbei is een mooie bodembedekker.


1 - Mycelium, mycorrhiza en paddenstoelen. Dit is de laag die onder het oppervlak in de bodem aanwezig is en met eetbare paddenstoelen boven de grond. De witte truffel of morilles zijn mooie voorbeelden in deze laag.


Er zijn ook nog twee andere categorieën: 8 - waterplanten en 9 - wortels & knolgewassen. In voedselbossen wordt vaak een waterpartijtje toegevoegd. De waterplanten hebben in dit soort systemen een specifieke plek, namelijk in en rond het water. Elk voedselbos gaat anders om met de watervoorziening, waardoor deze categorie niet altijd relevant is. Voor knollen en wortels moet je de grond omwoelen, wat niet geheel past in deze vorm van ‘landbouw’. Het verbeteren van de bodemkwaliteit en structuur doe je namelijk door het geheel met rust te laten en de natuur zijn gang te laten (of een beetje te helpen door te ‘mulchen’, ofwel de bodem te bedekken met organisch materiaal).


Daarnaast kun je in de categorieën kruinlaag en kleine bomen en struiken nog onderscheid gaan maken tussen de hoogtes van de struiken en bomen. Zo ontstaat er een vierdeling: lage struiklaag, hoge struiklaag, lage kruinlaag en hoge kruinlaag. Het is net hoe complex je het wilt maken. En eigenlijk hangt het vooral samen met de keuze van de soorten planten en de invulling of het doel van het voedselbos.


Voor het toegankelijk maken van het voedselbos en de diverse gewassen, voegt elke ontwerper wel een eigen wandelroute toe met hier en daar een slingerpaadje of strakke paden tussendoor. Zo trap je niet gemakkelijk alles stuk of kun je tijdens het oogsten gemakkelijker bij het fruit of de noten. Het werk dat gaat zitten in het ontwerpen, aanleggen en onderhouden van een voedselbos werpt letterlijk zijn vruchten af voor vele jaren. Dit meestal niet alleen voor de initiatiefnemers, maar de samenleving als geheel.


Peter Jan (links) en Rosanna tijdens de aanplant van de hoogstamboomgaard voor voedselbos in Ons Dorpje Overeind.


De plaats van de moestuin in een voedselbos

Wat betreft moestuinieren, lijkt dat niet zozeer te passen binnen de voedselbosbouw. In de eerste plaats groeien er meerjarige gewassen en de bodem laten wordt met rust gelaten. Eenjarige gewassen, zoals tomaat, wortel, courgette en bleekselderij zouden wel binnen de kruidenlaag kunnen vallen, omdat ze aan het eind van elk seizoen afsterven en de grond van voeding en bescherming voorzien. Het is erg intensief om dit in voedselbos te planten en oogsten, vooral als de structuur wat meer ‘romantisch’ is aangelegd. Het wild kruid en de grassen die er in overvloed groeien, steken daar op zijn minst een stokje voor in de vorm van verdrukking en overschaduwen als je er niet op tijd bij bent. Ook verstoor je vaak toch wel de bodem met aanplant of oogst, wat weer niet gewenst is in het voedselbos. Daarom zou je in de indeling van je landschap rekening kunnen houden met een aparte moestuin, of diverse kleinere stukjes moestuin. Ook zou je het kunnen zien als een tijdelijke tussenoplossing, zoals hieronder in de afbeelding te zien. Door een rij moestuin af te wisselen met een rij voedselbosplanten, kun je de nieuwe vaste aanplant een rustige start geven, doordat je zo het dichtgroeiende gras geen kans geeft.


Er zijn natuurlijk meerjarige gewassen die we vaker zien in moestuinen. Deze zouden dan ook echt een mooie plek in het voedselbos kunnen krijgen, zolang je niet de grond hoeft om te spitten voor de oogst. Een aantal voorbeelden zijn de artisjok, groene asperge, zuring, aardbei, en eeuwige moes. Ook veel verhoute keukenkruiden vallen in deze categorie, zoals rozemarijn en tijm.


Binnen de permacultuur, waar voedselbossen onder vallen, is er wél plaats voor moestuinieren. Een mengteelt moestuin zou prachtig passen bij een voedselbos en ik zou deze dan ook zeker toepassen als we ooit ons voedselbos kunnen realiseren. Deze mengteelt bestaat uit diverse gewassen, die goede buren van elkaar zijn. Dit noemen we combinatieteelt in de moestuin. Je gebruikt ook lokkers, ofwel vangplanten, zoals afrikaantjes, goudsbloem of oost-indische kers, zodat de insecten die je plantgoed willen aantasten hierdoor afgeleid raken. De juiste plantcombinaties beschermen elkaar tegen plagen en voorzien elkaar van de juiste voedingsstoffen. Zo zou het vergeet-mij-nietje goed te combineren zijn met kool. Ook houd je er tijdens het zaaien al rekening mee dat je jaarrond kunt oogsten.


Daarnaast bedek je de kale bodem met organisch materiaal, wat uitdroging tegengaat, de bodem van extra voedsel voorziet en zorgt dat er geen nieuw wild kruid doorheen gaat groeien. Een hele studie apart, maar wel een hele leuke en nuttige bezigheid. Zo gaat je moestuin er ook een stukje “rommeliger” uitzien. Persoonlijk vind ik het er prachtig uitzien. Al die hoogteverschillen. Er lijkt nooit een leeg plekje te zijn. Een kas zou ook mooi toegepast kunnen worden op het land. Dan zou je ook de principes voor moestuinieren binnen de permacultuur aan kunnen houden en zit je ook helemaal in lijn met de voedselbos-idealen. Mijn persoonlijke droom is de ‘passieve kas’. Neem maar eens een kijkje bij de kas van Martijn Aalbrechts, Nederland’s Voedselboss. Dan snap je me vast wel!


Het productievoedselbos van Martijn Aalbrechts met afwisselend een rij permanente planten en dan een rij moestuin.


What about wilde kruiden?

Mijns inziens hebben de wilde kruiden, wat wij in Nederland graag ‘onkruid’ noemen, wel degelijk hun plek verdiend in een voedselbos. Op een groot terrein van 20 hectare ga je niet dagelijks actief ‘onkruid wieden’, dat zou te veel inspanning kosten en ook zou je tegen de natuur in werken.

De wilde planten op je terrein mag je met een warm welkom ontvangen, omdat ze niet voor niets komen. Veel wilde kruiden en planten zijn nuttig in een voedselbos als groenbemester of groeiversterker voor de wortels van bomen. Zo zijn klaversoorten, wikke, lupine, boekweit en gele mosterd ideale groenbemesters, die uiteindelijk zelf afsterven. Ze dienen zo weer als ‘mulch’ op het land, door een bodembedekkende laag organisch materiaal te vormen. Het wortelstelsel van de weegbree is rijk aan mycorrhiza’s, die de opname van voedingsstoffen bevorderen voor plantenwortels in ruil voor suikers en andere voedingsstoffen van de plant waarmee ze in contact staan. Deze rakkers zijn uiterst bevorderlijk tijdens de aanplant en beginfase van het voedselbos. Daarnaast hebben sommige wilde kruiden diepe penwortels, zoals paardenbloem of fluitenkruid, en kunnen zo in korte tijd voedingsstoffen naar boven halen, die diep in de bodem opgeslagen liggen.


Een andere functie van het wilde kruid is het beschermen van de nieuwe aangroei, zoals de brandnetel dat doet. Als je goed oplet, zul je zien dat dieren een plek met brandnetels vermijden. Zo zou dat dure boompje met veel bladgroen zomaar de nieuwsgierige tong van de reetjes bespaard kunnen worden.


Een ander heel leuk voordeel aan wilde kruiden is dat ze ook als indicator- of signaalplant van je grond kunnen dienen. Iedere plant heeft wel zijn of haar eigen voorkeur voor een bepaalde grondsoort. Daarmee kun je zien op wat voor grond je voedselbos gevestigd is. Witte dovenetel en kleefkruid groeien op vochtige, vruchtbare grond. Zevenblad groeit op zure grond. Wilg op natte grond. En grote klitwortel en de boterbloem groeien op kalkrijke grond. Zevenblad en zuring ontzuren je bodem. Zo zouden bijvoet, dovenetel en look-zonder-look allemaal bijdragen aan het onderdrukken van schimmel die schadelijk is voor je planten. Allemaal ook eetbaar.

Veel van deze planten bieden stuifmeel en nectar voor vlinders, bijen en andere insecten, of dienen als waardplant, een broedplaats voor insecten. Extra waarden die bijdragen aan de biodiversiteit van het stuk land!


Naast dat deze planten positieve effecten hebben op het bodemleven van het voedselbos, zijn vele wilde kruiden ook eetbaar, medicinaal toepasbaar of bruikbaar voor toepassingen als schoonmaakmiddel of verfstof. Ik maak tegenwoordig shampoo van onder andere klimop. Een vriendin gebruikt de rode kleurstof van klaprozen om mee te verven. Eetbare soorten die ik hier in de buurt in overvoed tegenkom zijn bijvoorbeeld brandnetel, vogelmuur, veldkers, melganzevoet, fluitenkruid of winterpostelein. Door ze op deze manier bij het voedselbos te betrekken, vergroot je de hoeveelheid goed dat je produceert, de biodiversiteit, het bodemleven en verminder je de hoeveelheid arbeid op je terrein.


Barbarakruid. Een vitamine C bommetje!


Dieren houden in het voedselbos

Over het houden van dieren in het voedselbos zijn de meningen verdeeld. Ze zijn een mooie toevoeging aan de ene kant, omdat deze wat werk voor je kunnen doen. Aan de andere kant zijn ze ook weer niet écht natuurlijk, omdat het gedomesticeerde soorten betreft. Ze kunnen de successie op je land tegengaan die je juist heel graag wilt versnellen. Koeien begrazen je gras, wat je het werk van maaien bespaart, maar ook wel weer je landgoed behoorlijk kaal achterlaat en grasgroei bevordert. Varkens ploegen je land om, een gewenst effect voor aanplant of regulier moestuinieren, maar dit heb je ook liever niet op je grote weide vol smakelijke gewassen.

Dieren met iets meer voordelen voor het voedselbos zijn kippen, kalkoenen, eenden, bijen, katten en honden. Kippen eten je slakkenplaag, bemesten en verbeteren de bodem en leggen eieren die weer voeding zijn voor ons als mens. Ook zij vreten graag aan je plantgoed, maar ze zullen echt je landgoed niet kaal pikken. Daarmee denk ik dat een groep kippen of eenden best eens een leuke en mooie toevoeging zou kunnen zijn in je voedselbos. Ik werd ook erg enthousiast van deze kalkoenen in het Ongelooflijk Oogsten voedselbos van Sjef van Dongen. En een bijenkolonie bestuift je vruchtdragende planten en zal je voorzien van honing, mits je genoeg voor de bijen overhoudt om ze overvloedig te laten overwinteren. Zo heb je de hond die je erf beschermt tegen grootvreters of binnendringers, en je voorziet van liefde en aandacht. En de kat die graag het aantal muizen van je terrein in bedwang houdt. Je zou er ook over na kunnen denken om dieren te houden voor de verkoop, terwijl je ze wild op je land laat rondlopen. Het kan zelfs een verdienmodel van je voedselbos zijn. Het is maar net hoe je ermee omgaat en hoe je het bekijkt. Ik zou het best moeilijk vinden om een dier te verkopen aangezien ik zelf het liefst weinig vlees eet. Maar als ik bedenk hoe veel waardevoller een supergezonde en blije kip is dan een plofkip of zelfs een vrije uitloopkip, dan denk ik dat ik er toch wel heel gelukkig van zou worden de wereld vlees te bieden dat echt wel natuur gekend heeft. Gezonder voor mens en dier, zullen we maar zeggen.


Met Fietje, onze hond, vonden we meerdere exemplaren van Eekhoorntjesbrood in het bos!


Hoe snel kun je oogsten van je voedselbos?

Veel enthousiastelingen willen met hun voedselbos snel aanplanten, want men weet dat het nogal even kan duren voordat er geoogst kan worden. Het is dus even wat anders dan een moestuin met permanente planten. Zo kan een perenboom 3 tot wel 7 jaar na aanplant pas volwaardig vruchten geven. Voor een tamme kastanje is dat zelfs 10 tot 15 jaar. Daarbij komt dat de bomen dan vaak nog niet hun eind-grootte bereikt hebben en het landschap er nog niet uitziet als een bos. Dat gebeurt pas na ongeveer 30 jaar. Dat is allemaal behoorlijk wat tijd.


Je plant je voedselbos dus niet aan voor dit moment, maar voor de toekomst. Een mooi ideaal. Daarmee heb je wel direct baat bij het herstellen van het land en meer bomen te planten. Je land slaat direct al meer CO2 op en snel zal de biodiversiteit toenemen. Dit kan al binnen één jaar aanzienlijk zijn toegenomen, afhankelijk van de omgeving. Ook het oogsten van bladgroente zal in het eerste jaar al snel kunnen. Om een flinke oogst te hebben, zou je rekening moeten houden met minimaal 5 tot 7 jaar tijd. Het voordeel is dat je er daarna honderden jaren profijt van kunt hebben. Vooral als je goed gaat meten en plannen. Op tijd je fruit- en notenbomen vervangen, zou ervoor kunnen zorgen dat je land altijd een blije productie draait.

Voedselbos als beweging

Het voedselbos en de voedselbosbouw staat symbool voor een revolutionaire beweging op gebied van natuur, milieu en landbouw. Hierin worden gemeenschappelijke belangen en idealen uitgedragen. Belangrijke pijlers in de voedselbosbeweging zijn:

  1. Toename van de biodiversiteit is de rode draad

  2. De bodem en kwaliteit ervan staan centraal

  3. Je kunt er jaarrond oogsten

  4. Er wordt samengewerkt met de natuur

  5. De beplanting is voornamelijk meerjarig (permanent)

  6. Het ecosysteem is zelfredzaam

  7. Het draagt bij aan klimaatverbetering

  8. Het heeft een hang naar ‘circulair gedachtengoed’ (wat je snoeit laat je liggen als mulch of wordt gecomposteerd)

  9. Het voedselbos dient productief te zijn

De beweging wordt steeds meer en beter georganiseerd. Waar er eerst enthousiaste individuen en groepen mee aan de slag gingen, bundelen ze nu steeds meer hun krachten. Zo is enige tijd geleden Voedsel uit het Bos begonnen met het verbinden van de voedselbossen en een standaard educatie aan te bieden. Als je een landje tot beschikking hebt en er een voedselbos van maakt, zul je daar terecht kunnen voor inschrijving, hulp bij je plannen, begrotingen en educatie. Er worden ook seminars georganiseerd, met onder andere een samenwerking met de Universiteit van Wageningen (WUR). De WUR doet ook onderzoek naar voedselbossen en biodiversiteit om het meetbaar te kunnen maken.


Onder het mom van ‘Meten is Weten’. Het is allemaal wat nieuw en revolutionair terrein, en voor voedselbossen hebben we meer ruimte, praktijkervaring en wat aanpassing van wet- en regelgeving nodig. Met dit in het achterhoofd, hebben overheden, beleidsmakers, pioniers en faciliterende partners samen via een Green Deal Voedselbossen afspraken gemaakt omtrent het concept voedselbossen. Zo kunnen we in de toekomst met meer gemak dit areaal aan voedselbossen uitbreiden.


Afbeelding van Unsplash


De samenhang van voedselbosbouw met andere terminologie

Er zijn talloze namen in de omloop voor wat we hier hebben geschetst. Je kunt termen tegenkomen als een ‘voedseltuin’, ‘eetbare (sier-) tuin’ of ‘voedselbosrand’. In Nederland houden we de termen ‘Voedselbos’ of ‘Eetbare Bostuin’ aan. De beweging van de voedselbossen hangt nauw samen met termen als permacultuur, agroforestry en natuurinclusieve landbouw. Voedselbosbouw valt zelfs ónder de permacultuur – wat staat voor een permanente agricultuur. Het in harmonie met de natuur samenwerken van mens en dier. Voor permacultuur dient het land ecologisch, duurzaam en economisch rendabel te zijn. Permacultuur is echter veel groter dan de voedselbosbouw en omvat vele concepten rondom het duurzaam samenleven en samen werken, hergebruik, verminderen van gebruik, en het herdefiniëren van afval.


Een leuk liedje om je er een beetje kennis mee te maken is “No such thing as waste” van Formidable Vegetable. Een ander woord voor voedselbosbouw is ook wel agroforestry: het gebruik van bomen en struiken in combinatie met voedselteelt. En voedselbosbouw is dan een vorm van natuurinclusieve landbouw, waarbij de natuurlijke werking van het dieren- en plantenrijk gewaardeerd wordt en vergroting van de biodiversiteit centraal wordt gesteld. Zoals je merkt, gaat dit vele malen verder dan de biologische landbouw, waar het voornaamste belang is dat er geen schadelijke bestrijdingsmiddelen gebruikt worden voor de productie van voedsel. In voedselbosbouw, wat in samenwerking met de natuur gaat, zijn deze stoffen niet nodig en dienen ze dan ook achterwege te worden gelaten.



De waarde van het voedselbos in één oogopslag. Source: Heather Jo Flores https://freepermaculture.com/


In de volgende blogpost neem ik je mee in het verhaal achter de voedselbos- (en permacultuur-) beweging: want waarom zou je nu een voedselbos willen beginnen of waarom zou Nederland een toename aan voedselbossen willen zien?

コメント


bottom of page